HZPC boekt record omzet en brutomarge en keert € 7 dividend uit

HZPC, wereldleider in aardappelveredeling, maakt bekend dat tijdens de aandeelhoudersvergadering van 5 oktober jl. de geconsolideerde netto-omzet over het boekjaar 2016/17 is vastgesteld op € 318,5 miljoen. De brutomarge bedraagt € 59,3 miljoen en het nettoresultaat komt uit op € 8,5 miljoen.

Het dividend op HZPC-certificaten is bepaald op € 7 en ligt hiermee € 1,25 hoger dan vorig jaar en € 2 boven het vijfjaarsgemiddelde. Met deze netto-omzet en brutomarge boekt HZPC historische records. Het nettoresultaat is alleen over 2013/14 hoger geweest.

De overname van de activa en pootaardappelactiviteiten van KWS Potato en een acquisitie in Rusland, dragen bij aan de hogere HZPC-jaarcijfers. Daarnaast is de groei te danken aan het voortdurend groeiende pootgoedareaal en de daaruit voortvloeiende toenemende pootgoedproductie en -handel.

tabel verkocht pootgoedHZPC Holding bereikte het afgelopen jaar een mijlpaal met 800.000 ton aan verkochte pootaardappelen (ook in licentie).

Gerard Backx, CEO van HZPC Holding zegt: ”De volumestijging is slechts deels het gevolg van de gedane acquisities, maar vloeit bovenal ook voort uit de voortdurende autonome groei in de diverse werkgebieden van HZPC.”

Terugblik en toekomstperspectief

Het afgelopen jaar is een uitstekend jaar geweest voor HZPC, de aangesloten telers en certificaathouders. Backx: ”Het uitstekende resultaat stelt HZPC in staat om verder te investeren in bestaande en nieuwe markten, in nieuwe veredelingstechnieken en in de productontwikkeling. De investeringen in die activiteiten zijn het afgelopen jaar al gestegen conform plan en goede resultaten als deze stellen ons in staat verder te innoveren en expanderen.”

tabel resultaten

Voor het jaar 2017/18 verwacht HZPC wereldwijd een lichte stijging van het totale volume. Dit zal gepaard gaan met een lagere marge dan afgelopen boekjaar, veroorzaakt door de lage Europese consumptieaardappelprijzen en de als gevolg daarvan krappere markt voor gecertificeerd pootgoed.

HZPC´s investeringen in markten, veredeling en producten blijven volgens plan stijgen, waardoor het nettoresultaat 2017/18 duidelijk lager zal uitkomen dan in 2016/17. Wel verwacht HZPC de financiële doelstelling voor voldoende rendement op het eigen vermogen te behalen. Jaarlijkse winstfluctuaties passen bij de cyclische aardappelmarkt.

Dividendrendement 4,2%

Op 5 oktober jl. hebben de aandeelhouder (de Vereniging HZPC) en de Raad van Commissarissen van HZPC Holding b.v. de jaarrekening besproken en vastgesteld, en een bedrag van € 5,5 miljoen beschikbaar gesteld voor dividenduitkering. Dit resulteert in een dividend van € 7 per certificaat van aandeel, wat staat voor een dividendrendement van 4,2 procent bij een certificaatkoers van € 165,65 (juni 2017). De eerstvolgende beursdag waarop de koers opnieuw wordt vastgesteld is op 3 november 2017.

Green PAC en provincie Fryslân tekenen voor eerste biobased brug ter wereld

Een brugdek volledig gemaakt van biocomposiet, kan dat? Welke materialen zijn er nodig? Is het sterk genoeg en hoe lang gaat het mee? Met deze vragen houden studenten van Stenden en Windesheim zich vanuit het gezamenlijke initiatief Green PAC het komende jaar bezig. Vandaag ondertekenden gedeputeerde Michiel Schrier en Stenden College van Bestuur voorzitter Leendert Klaassen een overeenkomst om de samenwerking tussen de organisaties te bekrachtigen.

“De eerste beweegbare brug in de wereld maken die uit 100% natuurlijke materialen bestaat, dát is onze ambitie”, vertelt gedeputeerde Schrier. De brug moet in Ritsumasyl komen te liggen, over het Van Harinxmakanaal. “Biobased composiet is een nieuw bouwmateriaal en nu nog volop in ontwikkeling. We zijn daarom erg blij dat we de kennis van studenten en hoogleraren in kunnen zetten om het materiaal verder te onderzoeken.”

Biobased composiet

Biobased composiet is een nieuw bouwmateriaal dat bestaat uit natuurlijke hars en vezels. Tot nu toe werd vaak een combinatie gebruikt van 80% bio-vezels en 20% glasvezel. De studenten onderzoeken onder meer de sterkte en de levensduur van verschillende samenstellingen van bio-materiaalcombinaties. Het ontwerp van de brug in Ritsumasyl ontstaat tijdens deze onderzoeksfase en is dus afhankelijk van het bouwmateriaal. Eind 2017 levert het bouwteam een rapportage op met alle resultaten. De bouw van de brug zou dan in 2018 kunnen starten.

Samenwerken in een bouwteam

Green PAC is een open innovatiecentrum voor (groene) kunststoffen, vezels en composieten. De organisatie ondersteunt dit project met alle kennis die zij eerder opgedaan hebben over bio-composiet en maakt daarbij ook gebruik van de expertise van TU Delft, Hochschule Osnabrück en NHL. In het bouwteam van de brug Ritsumasyl nemen naast Green PAC en de provincie Fryslân ook aannemerscombinatie Reef Infra en Jansen Venneboer en composietproducent Infra Composites deel. De partijen bundelen de krachten, om bij te dragen aan de ambitie om te zorgen dat de eerste brug die volledig bestaat uit natuurlijk bouwmateriaal, in Fryslân ligt.

Voorzitter CvB Stenden Leendert Klaassen en Fries gedeputeerde Michiel Schrier
Voorzitter CvB Stenden Leendert Klaassen en Fries gedeputeerde Michiel Schrier

Avantium zet volgende stap en tekent contract met AkzoNobel voor pilot bioraffinaderij in Delfzijl

Avantium, een toonaangevend chemisch technologiebedrijf en pionier op het gebied van duurzame chemie, vestigt een pilot bioraffinaderij op het Chemie Park Delfzijl. Avantium en AkzoNobel hebben een contract getekend voor de huisvesting van deze proeffabriek en de levering van diverse diensten en voorzieningen.

De proeffabriek zal de technische en economische haalbaarheid van Avantium’s Zambezi proces valideren dat als doel heeft om houtsnippers en andere tweede generatie biomassa om te zetten naar grondstoffen voor de chemische industrie. Dit is een essentiële stap in het opschalen van de technologie van laboratorium naar commerciële productie. De pilot plant wordt gevestigd op Chemie Park Delfzijl, onderdeel van Chemport Europe, ondersteund door de Provincie Groningen. Naar verwachting zal de proeffabriek operationeel zijn in het tweede kwartaal van 2018 en daarmee ligt Avantium’s Zambezi project op schema. Het bereiken van deze mijlpaal biedt werkgelegenheid aan ongeveer twintig medewerkers.

Tom van Aken, CEO van Avantium: “Delfzijl is een uitstekende locatie voor de verdere ontwikkeling van onze Zambezi-technologie. De keuze voor Chemie Park Delfzijl past bij het streven om in een volgende fase ook de commerciële Zambezi-bioraffinaderij in Delfzijl te bouwen. Wij ontwikkelen deze momenteel met onze partners AkzoNobel, Chemport Europe, RWE and Staatsbosbeheer. Het Chemie Park Delfzijl biedt ons alle benodigdheden voor het opereren van onze pilot plant. Daarbij is er een uitstekende samenwerking met AkzoNobel en steun van de provincie Groningen.”

Knut Schwalenberg, CEO van AkzoNobel Nederland: “Met dit contract zetten we een volgende stap in het uitbreiden van de Delfzijl-site van klassieke chemische productie naar duurzame en groene chemie. De technologie die Avantium naar Delfzijl brengt vult onze eigen biobased projecten op de site aan, die een duurzame ontwikkeling van AkzoNobel’s Specialty Chemicals business ondersteunen”.

In februari 2017 maakte Avantium bekend samen te gaan werken met AkzoNobel, Chemport Europe, RWE en Staatsbosbeheer voor het ontwikkelen van een bioraffinaderij op het Chemie Park Delfzijl om houtsnippers om te zetten naar hernieuwbare chemische grondstoffen. Errit Bekkering is vanuit Greenlincs bij het project betrokken en stelt dat de genoemde pilotplant de opmaat is voor een commerciële fabriek waarmee Delfzijl een enorme stap maakt van fossiel naar groen. Deze bioraffinaderij zal gebruikmaken van een nieuwe technologie die is ontwikkeld door Avantium. Dit Zambezi-proces zet non-food, tweede generatie biomassa, op een kosteneffectieve manier om in zuivere glucose, lignine en een gemengde suikerstroop. De bioraffinaderij zal vooral reststromen uit de Nederlandse bossen gebruiken.

Glucose is nodig voor de productie van producten zoals vitamines, enzymen en andere duurzame chemicaliën en materialen. Lignine is een uitstekende grondstof voor hernieuwbare energie en andere toepassingen. De gemengde suikerstroop is een prima grondstof voor de productie van ethanol en andere biofuels.

Focus op duurzame plastics

Begin mei opende Green PAC het iLab op het Emmtec Industry & Businesspark in Emmen haar deuren. Dit is voor Green PAC de tweede locatie, naast het iLab in Zwolle. Inmiddels telt het Emmense iLab al twee start-ups, waaronder WasteWise. Andere bedrijven zitten in de pijplijn.

Dat is onder meer de verdienste van Bastian Coes die verantwoordelijk is voor business development. ‘Met het iLab willen we startende bedrijven helpen die duurzamere kunststoffen voor hun producten in willen zetten. Dat kunnen bioplastics of biocomposieten zijn of fossiele kunststoffen die op een circulaire manier worden ingezet. We gaan dus breder dan alleen biobased.’ Volgens Coes vormen het iLab in Emmen en het 2,5 jaar oude iLab in Zwolle een entiteit. ‘Het iLab in Zwolle is vanzelfsprekend verder in de ontwikkeling en telt momenteel 17 start-ups. Het Emmense iLab en de (toekomstige) start-ups kunnen hun voordeel doen met de expertise die binnen deze locatie is opgebouwd.’

Ondernemersvaardigheden
Wat kunnen startende bedrijven verwachten als zij zich vestigen op de locatie op het Emmtec-terrein? Volgens Coes zijn er drie domeinen waarop zij ondersteuning kunnen krijgen. ‘Allereerst kunnen we bedrijven helpen op technisch gebied. We hebben niet alleen labfaciliteiten, maar een uitgebreid machinepark voor het productieproces van kunststoffen, zoals 3D-printers of spuitgietmachines. Vanzelfsprekend hebben we ook de expertise in huis om te ‘spelen’ met product- en procesparameters om uiteindelijk de gewenste materialen en functionaliteiten te realiseren.’
Business coaching en management skills zijn de andere domeinen waar iLab bijspringt. Coes stelt dat techneuten veelal aan de wieg staan van start-ups en dat gaandeweg, naarmate processen of producten dichter bij de markt komen, ook andere vaardigheden nodig zijn. ‘Het opstellen van financieringsplannen, het definiëren van productmarktcombinaties, het vinden en overtuigen van investeerders. Het zijn zaken waar start-ups op een gegeven moment mee te maken krijgen. Managementvaardigheden komen meer in beeld naarmate meer disciplines aan boord komen, zoals marketing/sales.’

Hennepcomposiet
WasteWise is de eerste start-up die zich gaat vestigen op het iLab in Emmen. Het bedrijfje, bestaande uit Derren de Jong, Charlotte van der Velde, Marco Hofkamp, Martijn Wittendorp en Bert Leiting, heeft een afvalsysteem ontworpen, waarbij de gebruiker op basis van barcodescanning het afval in de juiste compartimenten kan gooien.
‘Het systeem bestaat uit drie delen met een aparte ruimte voor de elektronica’, zegt De Jong. ‘Onze knowhow zit vooral in de soft ware-ontwikkeling. De buitenkant van het prototype is nu nog van metaal, maar we willen liever een duurzamer materiaal, zoals hennepcomposiet. Binnen het iLab gaan we onderzoeken of dit een haalbare kaart is. Daarnaast zien we ook voordelen van coaching op gebied van financiering en marketing.’ De Jong stelt dat WasteWise in gesprek is met een internationale producent van afvalsystemen voor bedrijven, particulieren en openbare ruimtes.

Fietsauto
Velomobiel is het andere bedrijf dat zich op het iLab in Emmen gaat vestigen. Oprichter/eigenaar Willem Reek: ‘Ik heb een gepatenteerde aandrijving ontwikkeld voor fietsen die 30 procent meer rendement oplevert. Daarmee kan de aandrijving worden gebruikt voor toepassingen die niet worden aangedreven door electromotoren of andere systemen. Mijn concept, de Velomobiel, is een auto – voor 2 volwassenen en 2 kinderen – die vooral in stedelijke gebieden kan worden ingezet. Daarbij zie ik vooral een markt in emerging markets waar het voor de minder draagkrachtige consument een goedkoper en schoner alternatief kan zijn voor gemotoriseerd of elektrisch transport.’ Momenteel bestaat de Velomobiel alleen virtueel, als 3D-model op een harde schijf. In het iLab wil Reek het eerste prototype gaan bouwen. ‘Het streven is om zoveel mogelijk duurzame materialen te gebruiken. Het liefst gebruik ik reststromen als grondstof, bijvoorbeeld voor biocomposieten voor panelen. Ik zie er naar uit om op dit gebied samen te werken met specialisten en studenten op het iLab.’


Het iLab op Emmtec Industry & Businesspark is in lijn met de ambitie van de ‘gastheer’. EMMTEC services, de manager van het Industry & Business park en centrale dienstverlener voor utilities, logistiek, laboratorium en engineering, wil uitgroeien tot hét centrum voor innovatie op het gebied van (groene) vezels, garens, composieten en polymeren.
Eelco Vrieling, commercieel directeur EMMTEC services: ‘Sinds 2013 zijn we door de landelijke overheid aangewezen als centrum voor chemische innovatie (COCI). We zijn actief bezig om samen met bedrijven en kennisinstellingen uit te groeien tot een hot spot voor innovatie in de kunststofsector. De vestiging van Green PAC iLab op het terrein draagt daar in belangrijke mate aan bij.’


Bron: www.agro-chemie.nl
Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met de provincie Drenthe.

“Wij hebben de taak om de planeet te redden”

CONGRES – Perspectieven van het bio-based bedrijfsleven, daarover ging het, twee dagen lang, in Papenburg.

PAPENBURG – Rond de 200 deskundigen, overwegend uit Duitsland en Nederland, maar ook uit Israël, Finland en uit Australië, kwamen eind juni naar het tweedaagse congres “Eco-innovaties met biomassa” in Papenburg. Voor de zesde keer heeft het Kompetenzzentrum 3N uit Werlte, in samenwerking met de Landwirtschaftskammer Niedersachsen, het “Eco-congres” georganiseerd. Het congres werd gefinancierd vanuit het project “Bio-economie in de non-food sector” door de Europese Unie, Land Niedersachsen, het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken en zeven Nederlandse provincies, waaronder Drenthe, Groningen en Friesland, in het kader van het Duits-Nederlandse INTERREG V A-programma. De deelnemers werden begroet door Reinhard Winter, van de Landrat Emsland en Tjisse Stelpstra, gedeputeerde van de provincie Drenthe. In hun voordracht ging het om duurzame regionale samenwerking ter bevordering van de bio-economie evenals de trends en vooruitzichten voor bio-based materialen in Europa.

“Bio-based producten hebben het moeilijker op de markt omdat zij duurder zijn dan conventionele producten”, concludeert Dr. Corette Corbey van de Nederlandse Federatie Bio-economie. Dat kan gecompenseerd worden door passende afvalregelgeving, naast bevordering van de EU om bio-based producten te gebruiken. Ook de, destijds lage olieprijs, bemoeilijkt de introductie van polymeer, voor bijvoorbeeld bio-based PET-flessen, aldus Dipl. Phys. Michael Carus van het nova-Intituut in Hürth. Een voorbeeld daarvan is dat wereldconcern Coca-Cola, die gedurende een langere tijd flessen met plantaardige bestanddelen gebruikte en gepland had om PET-flessen te gebruiken die volledig bio-based zijn, intussen het project heeft gestopt. Carus bekritiseert dit, bio-based producten zijn substantieel kostenbesparend terwijl dat niet geldt voor de aardolie-industrie. Daarnaast is het imago van biomassa niet goed, ook daaraan moet nog gewerkt worden.

Bio-economie projectpartner Prof. Dr. Ing. Heinrich Wigger van de Jade Hochschule, stelt duurzame bouwmaterialen samen uit herwinbare, recyclebare en milieuvriendelijke stoffen. Zijn conclusie luidt dat goed verwerkt, duurzaam isolatiemateriaal, niet onderdoet voor de conventionele isolatiematerialen.

BamboefietsVele verschillende bio-based producten zijn gepresenteerd, van een houten fietshelm, waarvan de beschermende binnenkant uit cellulose bestaat, tot T-shirts van houtvezels, fietsen met een frame van bamboe en bio-based laminaten.

De voordracht van ethicus Dr. Uta Eser van het Büro für Umwelttechnik in Tübingen liet zien waar wij, 25 jaar na de conferentie van de Verenigde Naties over Omgeving en Ontwikkeling in Rio, staan. Elk jaar word de “Earth Overshoot Day” vroeger bereikt. Dat is de dag waarop het verbruik van natuurlijke grondstoffen, de capaciteit van de aarde om deze grondstoffen te herproduceren, overstijgt. Dit jaar valt die dag op 2 augustus. Om onze ecologische voetafdruk in lijn te brengen met de aanwezige finiete grondstoffen zijn drastische maatregelen nodig. Daarbij zijn ecologische innovaties met biomassa en de inzet van onbewerkte grondstoffen een eerste stap in de goede richting.

“In de bio-economie moet men beschikken over een lange adem”, aldus Prof. Dr. Ralf Kindervater (BIOPRO Baden-Württemberg Stuttgart). Hij waarschuwt ervoor om alleen Bio-economie clusters op te bouwen terwijl het makkelijker is om te beginnen bij het inzetten van innovaties in bestaande productieketens. “Wij hebben de taak om de planeet te redden”, zo deed hij een beroep op de congresbezoekers.

In daaropvolgende voordrachten ging het om het nieuwe gebruik van mest evenals moeraslandbouw en algen. Bijvoorbeeld de presentatie van het gebruik van paddenstoelen in verpakkingsmateriaal door Bio-economie projectpartner Roland van Driel (Mycelco, Emmen). De diverse aspecten van bio-based producten en het gebruik daarvan door het project “Bio-economie in de non-food sector” werden toegelicht door Anita Buijs (EDR). Emiel Elferink (Greenlincs) maakte inzichtelijk wat de mogelijkheden voor ondernemerszijn en hoe zij bij de innovatieve ideeën van het Bio-economie project betrokken kunnen raken.

Langs de rand van het congres presenteerden vele ondernemingen en ondernemers zich met hun producten en projecten. De internationale deelnemers knoopten contacten aan en wisselden ideeën uit met betrekking tot een duurzamere economie.

HZPC´s uitbetalingsprijs overstijgt verwachtingen

HZPC Holland bv, wereldleider in aardappelveredeling, heeft de definitieve uitbetalingsprijs voor zijn Nederlandse pootaardappel-pool over Oogst 2016 vastgesteld op € 34,40 per 100 kilo. Deze uitbetalingsprijs ligt nog eens 3,8 % hoger dan de prognoseprijs van € 33,15 afgegeven in maart, die al HZPC´s hoogste prognoseprijs was van de afgelopen negen jaar. Deze uitbetalingsprijs is te danken aan de boven verwachting goede verkopen die HZPC kon realiseren en de hoge uitbetalingsprijs compenseert de lagere teeltopbrengsten ruimschoots.

Kilo’s

De weersomstandigheden tijdens het groeiseizoen zijn bepalend geweest voor 10 % lagere gewichtsopbrengsten ten opzichte van het teelt-technisch uitstekende oogstjaar 2015. Ten opzichte van het vijfjaarsgemiddelde, lag de gemiddelde hectareopbrengst van Oogst 2016 ruim 3 % lager, zowel binnen de potermaten, als wat betreft de totale opbrengst.

Euro´s

De prijzen voor gecertificeerd pootgoed werden echter opgestuwd door de hoge Europese prijzen voor consumptieaardappelen. Tweede reden voor de opwaartse prijsdruk is het beperktere aanbod van pootaardappelen uit Oogst 2016.

Lilian Escalon, HZPC´s directeur Europa: ”Nog niet eerder heeft HZPC zo’n hoog tonnage pootaardappelen uit de Nederlandse pootaardappel-pool verkocht. Dit hadden we eerder dit jaar niet kunnen voorzien. Ondanks de 10 % lagere gewichtsopbrengst per hectare, wist HZPC toch een verkooprecord te boeken en daarmee een 9 % hogere financiële opbrengst per hectare te realiseren dan uit Oogst 2015. Daarbij is de kwaliteit van het pootgoed van Oogst 2016 opmerkelijk beter dan het jaar ervoor. Gemiddeld genomen is dit oogstjaar voor de HZPC-teler in de Nederlandse pool het beste oogstjaar van het laatste decennium, op Oogst 2010 na.”

Prijstoelichting

De gemiddelde prijs over alle rassen komt op basis van herfstlevering voor de potermaat van klasse E uit op een bedrag van € 33,17 per 100 kilo vóór kwekersafdracht en exclusief btw. De telers leveren de klasse S tot en met A. De gemiddelde prijs over al deze klassen komt uit op € 34,40 omdat er relatief meer aardappelen in de hogere klassen worden geteeld en afgeleverd, waarvoor hogere prijzen worden betaald. Naast de uitbetalingsprijs, ontvangen de telers vergoedingen voor het opslaan en voor het opzakken van de aardappelen. Deze zijn hier buiten beschouwing gelaten.

Europa

Rond deze periode van het jaar bepaalt HZPC ook de telersprijzen voor zijn telers in de andere HZPC-productiegebieden binnen Europa. De omstandigheden voor de totstandkoming van die prijzen verschillen van die in Nederland. Wel is ook de grote Europese vraag naar pootgoed van positieve invloed op de uitbetaling aan Europese HZPC-telers buiten Nederland.

Green PAC iLab opent locatie op Emmtec in Emmen

GreenPACVanaf 1 mei heeft Green PAC een iLab op het Emmtec Industry & Businesspark in Emmen. Dit is voor Green PAC de tweede locatie, naast het succesvolle iLab in Zwolle. Green PAC iLab biedt starters tegen gunstige voorwaarden ondersteuning bij het opzetten van een bedrijf en het ontwikkelen van een veelbelovend kunststof product. Door zich te vestigen op het iLab kunnen starters hun idee versneld ontwikkelen en op de markt brengen.

Green PAC directeur Rob Voncken: “Met de opening van Green PAC iLab Emmen verstevigen we de innovatieve kracht van de regio. Starters uit de regio die activiteiten willen ontwikkelen in de (groene) kunststofindustrie krijgen de kans om hun ambities lokaal en tegen minimale kosten te realiseren.”

Ilab: innovatief laboratorium

Een iLab (innovatief laboratorium) is een fysieke plek in de nabijheid van een kennisinstelling, waar starters een ‘veelbelovend concept’ versneld kunnen ontwikkelen tot een opschaalbaar product. Een iLab voorziet de starter van (o.a.) goede labfaciliteiten, biedt de mogelijkheid zelfstandig te ondernemen en gebruik te maken van dure apparatuur. Daarnaast krijgt de starter coaching vanuit de betrokken kennisinstelling(en) bij alle facetten die het starten van een eigen bedrijf met zich mee brengt.

Centrum voor chemische innovatie

De vestiging op het Emmtec Industry & Businesspark is bewust. Emmtec wil uitgroeien tot hét centrum voor innovatie op het gebied van (groene) vezels, garens, composieten en polymeren. Eelco Vrieling, commercieel directeur EMMTEC Services: “Sinds 2013 zijn we door de landelijke overheid aangewezen als centrum voor chemische innovatie (COCI). We zijn actief bezig om samen met bedrijven en kennisinstellingen uit te groeien tot hotspot voor innovatie in de kunststofsector. De vestiging van Green PAC ilab op het terrein draagt daar in belangrijke mate aan bij.” Green PAC iLab business developer Bastian Coes: “Het openen van een Green PAC iLab biedt starters die hier vestigen perspectief. Ze krijgen de ruimte om hun concept uit te werken en te vermarkten.”

Groene Chemie

Vanuit de provincie Drenthe en de gemeente Emmen wordt ook positief gereageerd op de vestiging van Green PAC ilab. Beide overheden zetten actief in op de ontwikkeling van groene chemie. De combinatie met een sterk vertegenwoordigde agrarische sector versterkt deze inzet. De grondstoffen kunnen gewoon uit de eigen regio worden gehaald. Wethouder Arends en gedeputeerden Jumelet en Brink juichen de vestiging van Green PAC iLab dan ook van harte toe. Met de komst van Green PAC iLab wordt het innovatieve vestigingsklimaat gestimuleerd en kan Drenthe zich verder ontwikkelen als Europees knooppunt voor de kunststof maakindustrie. En dat past helemaal bij het feit dat Emmen behoort tot de top 5 groene chemie regio’s van Nederland.

Netwerken Midden-Oosten op agribeurs in Utrecht

Netwerken Midden-Oosten op agribeurs in Utrecht

Het overkoepelende label Invest in Holland – waar ook de NOM deel van uitmaakt – presenteert zichzelf op 9 en 10 mei in Utrecht op de eerste Europese editie van het Global Forum for Innovation in Agriculture (GFIA). Deze internationale agribeurs strijkt na vier jaar Abu Dhabi neer op Hollandse bodem en dat biedt kansen voor de Nederlandse markt.

Het begrip ‘agriculture’ reikt veel verder dan landbouw. Deze sector heeft te maken met onder meer klimaat, biotechnologie, moderne ICT en big data (precision farming), machines, ziekte- en plaagbestrijding, energie en watermanagement. “In het Midden-Oosten is veel olie, maar te weinig voedsel, daarom zoeken ze in die regio innovatieve oplossingen voor de agrisector”, vertelt Joep de Vries, foreign direct investment manager bij de NOM. “Na vier beurzen in Abu Dhabi wordt het concept van de GFIA nu voor het eerst in Europa uitgerold. Dat Utrecht als beurslocatie is gekozen, is een unieke kans om bruggen te bouwen tussen Nederland en het Midden-Oosten.”

Partnerships
De achterliggende gedachte van deelname aan deze beurs is om – op termijn – veelbelovende bedrijven warm te maken voor vestiging in Nederland. Waarbij de NOM uiteraard de belangen van de drie noordelijke provincies dient. De Vries: “Het gezamenlijke beurspaviljoen van Invest in Holland op deze agribeurs is een experiment. Deze beurs heeft een vrij brede scope, dus het is de vraag welke partijen op deze eerste Europese editie afkomen. Toch willen wij hier vanuit alle Nederlandse regio’s aanwezig zijn, met allereerst een focus op inkomende missies en potentiële partnerships voor de Nederlandse markt.”

Pitchen
De samenwerkende partners van Invest in Holland halen innovatieve bedrijven uit alle hoeken van ons land naar het beurspaviljoen. “Beide beursdagen hebben we een spreekslot om uitgenodigde bedrijven en kennisinstellingen vijf minuten te laten pitchen, terwijl wij het geheel aan elkaar praten”, vertelt De Vries. “Daarmee hopen we bezoekers uit het Midden-Oosten en Europa naar onze stand te trekken, zodat wij vervolgens met hen in gesprek komen. Wat willen zij, wat zoeken zij en aan wie kunnen wij hen koppelen? Wij zetten onze netwerken in, maar bouwen ook aan nieuwe lijntjes en leggen zo een basis voor mogelijke vestiging in Nederland.”

Verkennen
Als foreign direct investment manager is De Vries altijd bezig met potentiële acquisities voor Noord-Nederland, maar hij koppelt ook kansen met collega’s van business development. “Als NOM zijn wij er natuurlijk net zo goed voor Noord-Nederlandse bedrijven die iets in het buitenland willen bereiken. Bovendien kunnen nieuwe partnerships op termijn leiden tot kansrijke acquisities. Alles hangt met elkaar samen en het begint met ontdekken, verkennen en je verdiepen in de businesscultuur en de behoeften van – in dit geval – de agrisector in het Midden-Oosten.”

Anders zakendoen
Ter voorbereiding op GFIA Europe bezocht De Vries in maart alvast de vierde editie van deze beurs in Abu Dhabi. “Daar leerde ik bijvoorbeeld dat ze in het Midden-Oosten zelden investeren in innovatieontwikkeling. Zij gaan het liefst voor concepten die zich al bewezen hebben en kiezen dan voor de full-option variant, zelfs als ze lang niet alle opties nodig hebben. Vervolgens rekenen ze erop dat de leverancier hen daarna – kosteloos – bij de hand neemt om te zorgen dat de aangeschafte innovatie goed uitpakt, ook als dat langer duurt. Dat vraagt een andere manier van zakendoen. Maar er valt ongetwijfeld nog veel meer te ontdekken, daarom staan wij op 9 en 10 mei paraat om kansen te spotten en om mensen en bedrijven met elkaar te verbinden.”

Meer weten? Neem contact op met Joep de Vries, jdevries@nom.nl of (06) 253 926 71.