DBC en PBE: energie en chemie hebben elkaar nodig

Het Dutch Biorefinery Cluster (DBC) en het Platform Bio-Energie (PBE) hebben een document gepubliceerd, waarin ze hun gezamenlijke visie op de (invulling van) biobased economy hebben verwoord. De essentie: energie en chemie/maakindustrie hebben elkaar nodig en moeten dan ook nauwer samen gaan werken.

Over het waarom van het document zegt Annita Westenbroek (DBC): ‘Er is min of meer een wig gedreven tussen beide sectoren, voornamelijk door overheidsbeleid. Hierdoor wordt de bio-energie gesubsidieerd en de andere biobased producten niet. Een veelgehoorde klacht was dan ook dat energiebedrijven niet geïnteresseerd waren om samen te werken in innovaties naar hogere waarde omdat de verwaarding tot energie hen al genoeg opleverde.’
Fokke Goudswaard, namens het Platform Bio-Energie (PBE), vult aan: ‘Nu zijn de belangen ook weer niet totaal tegengesteld. Er zijn meer dan voldoende voorbeelden van biomassaketens. Zie hout, waar eerst de meubelindustrie deze grondstof gebruikt, waarna het afval verbrand kan worden.’

Van geval tot geval

Zowel het DBC als het PBE ziet kansen om biomassa (in algemene zin, red.) te benaderen vanuit het cascaderingsprincipe (zie ook het Nationale Energie Akkoord, red.). Dus per geval bekijken of er in het begin van de keten waardevolle bestanddelen uit te halen zijn. Westenbroek: ‘In tegenstelling tot energie zit je dan nog grotendeels in het stadium van onderzoek, pilots, demo’s en opschaling. Deze R&D inspanningen worden door de overheid reeds ondersteund. Belangrijk is echter ook om de implementatie in de praktijk te steunen, net als de exploitatie van bio-energie (waarvoor de SDE-subsidie bedoeld is).’
Goudswaard: ‘Deze steun mag niet ten koste gaan van de SDE-subsidie op bio-energie. Er is een aparte pot nodig voor een ander type projecten dan energieproductie.’ Westenbroek vult aan: ‘Omdat deze trajecten van geval tot geval uiteenlopen, is een regeling op maat nodig waarbij elke keer weer bekeken zal moeten worden of en hoe dergelijke implementatietrajecten financieel worden ondersteund.’

Gelijk speelveld

Waar het uiteindelijk om draait, is het scheppen van een level playing field: momenteel is deze allesbehalve level, gezien de subsidiëring van bio-energie. Bovendien kampen biobased chemicaliën en materialen ook met gevestigde fossiele pendanten die qua prijs veelal aantrekkelijker zijn.
Goudswaard: ‘Als bedrijven een bijdrage leveren aan het realiseren van overheidsbeleid, dan zou de overheid deze initiatieven moeten ondersteunen. Ook moeten de duurzaamheidscriteria gelden voor elke toepassing van biomassa (zie ook advies van commissie Corbey, red.). Hierdoor zullen de verschillen in indirecte kosten die deze processen veroorzaken, wegvallen.’
Westenbroek tot slot: ‘Uiteindelijk zullen alle partijen profiteren van een betere economischere ontsluiting van de waardeketen. Industrie en overheid. Momenteel is deze suboptimaal, er is ruimte naar boven.’

Lees verder in het position paper.

Bron: Agro en Chemie