Nieuwe mogelijkheden voor de Veenkoloniën

Het is van oorsprong een belangrijk gebied voor Nederland: de Veenkoloniën. En juist voor dit gebied breekt een spannende tijd aan. Boeren zullen het de komende jaren met minder Europese steun moeten gaan doen, en zich meer gaan profileren als Biobased Valley. Senior beleidsmedewerker Jan de Jong geeft uitleg.

De Jong spreekt met passie over het gebied dat staatssecretaris Dijksma deze week bezocht. “Het is de plek van de grote ontginningen. Nog voor de tijd van steenkool en aardgas, toen turf als brandstof diende. Voor mij is het een plek van pioniers, waar mensen naartoe trokken om geld te verdienen en een toekomst op te bouwen. Dat spreekt me aan.”

Toeslagen

En nu staan er voor de regio grote veranderingen op stapel. “Dan gaat het om veranderingen in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en dan specifiek om de toeslagen aan boeren”, legt De Jong uit. “Van oorsprong zijn deze toeslagen gekoppeld aan de productie van onder andere zetmeel en suiker. Door de hoge productie kregen de Veenkoloniën een hoge toeslag uit Europa.”
“In sommige gevallen vormden de toeslagen wel 70 procent van het inkomen van de boer”, vervolgt De Jong. “Dat is een ongezonde situatie. Daarom wordt de toeslag nu ook geüniformeerd. Het hangt niet langer af van je (eerdere) productie, iedereen krijgt hetzelfde per hectare landbouwgrond.”

Tegenstelling

Het rechttrekken van de toeslagen zorgt ervoor dat boeren in de Veenkoloniën inkomen verliezen. “En dat zorgt voor druk op het gebied”, verduidelijkt De Jong. “Daarom zetten we samen met de regio ook in op vergroening en innovatie. We willen dat de regio een toekomst heeft.”

Want zonder toekomstperspectief dreigt ontwrichting. “Op dit moment is er weinig aan de hand. Maar daarin schuilt onderschatting. We hebben een overgangsperiode van zeven jaar waarin boeren de veranderingen steeds meer gaan voelen. Het is zaak dat men zich goed voorbereidt.”

Biobased Valley

En daar is de regio zelf al druk mee bezig. “Samen met partners – variërend van de provincies Groningen en Drenthe tot LTO Noord, de Universiteit van Wageningen en akkerbouwcoöperaties als Cosun en Aveben – wordt er gewerkt aan een innovatieplan voor de regio. Het doel is om de Biobased Valley van Nederland te worden, in samenwerking met de nabijgelegen industrie.”

Voor dat plan zijn drie concrete punten leidend. “De fysieke productie moet allereerst omhoog”, legt De Jong uit. “En, de toegevoegde- en maatschappelijke waarde moeten worden vergroot. Dat betekent meer vergroening en duurzaamheid en het beter bedienen van de industrie in bijvoorbeeld Delfzijl en Emmen.”

Op die manier moet de Veenkoloniën in business blijven. “Rust en stabiliteit voor de regio staan voorop”, benadrukt De Jong tot slot. “Samenwerking met de boeren, industrie en andere betrokken is belangrijk. Ik vind het goed om te zien dat gebied hierbij zelf het voortouw neemt.”

Bron: Ministerie van Economische Zaken