Glastuinbouwproject

Water is het goud van de toekomst

Rein Munniksma: Mooie resultaten Glastuinbouwproject

Op donderdag 2 april 2015 werden in het Business Center Klazienaveen (BCK) de tussenresultaten gepresenteerd van het glastuinbouwproject “Water- en Nutriëntenmanagement, op weg naar het sluiten van de waterkringloop”. De doelstelling van dit project is om een concept te ontwikkelen van doorlopende metingen in een gesloten waterkringloop, hergebruik van water dus. Ruim veertig tuinders, wetenschappers en geïnteresseerden gaven aan de uitnodiging gehoor.

Gedeputeerde trots op project in Klazienaveen

De voorbereidingen van het project zijn door Cees Ruhe en anderen uit het netwerk Plant Value in 2014 begonnen. In februari 2015 werd gestart met de praktijkproef in het Businesscenter Klazienaveen. Drents Gedeputeerde Rein Munniksma opende de presentatiemiddag en hij gaf aan dat daarmee voor hem de cirkel rond was. “Toen ik acht jaar geleden aantrad als gedeputeerde werd ik door Cees Ruhé ontvangen en rondgeleid in het tuinbouwgebied van Erica en Klazienaveen. Nu ik stop als gedeputeerde eindig ik ook in dit tuinbouwgebied.” Volgens hem gebeurt er opnieuw iets moois in Noord Nederland met dit project dat uiteindelijk moet leiden tot een duurzame, emissieloze glastuinbouw. “De maatschappij wordt steeds kritischer en terecht. We moeten denken aan de toekomst van onze samenleving. En daarom is het ook een opdracht aan de tuinders om uit te stralen dat zij hun stinkende best doen om zo weinig mogelijk schade aan het milieu toe te brengen.” Volgens de gedeputeerde hebben we in Drenthe goed water waarmee we zo goed en zuinig mogelijk moeten omgaan. “Water is het goud van de toekomst”, zo hield hij de aanwezige tuinders en wetenschappers voor. En Ron Peters, de man van dit mooie proefbedrijf, weet dat. Munniksma sloot af met de opmerking dat hij trots was op het gebruik van de innovatieve technieken in Klazienaveen.

Emissieloos telen is geen utopie

Jean Aerts van LTO Glaskracht Nederland stelde dat water voor de tuinbouw van levensbelang is. “In het oosten en zuiden van het land hebben we goed water maar in het westen van Nederland is het al een kostenpost voor de tuinder” betoogde hij. “De norm in de Kader Richtlijn Water is erg streng en de tuinders moeten zich daarop aanpassen.” Volgens Aerts zijn de verhoudingen voor de verschillende stoffen belangrijker dan de absolute getallen en daarom zal er veel en vroegtijdig gemeten moeten worden.  “Emissieloos telen is geen utopie. Met kwalitatief goed maar minder water, gebruik van technische innovaties en zuivering van afvalstromen komen we een heel eind.” Bij emissieloos telen worden geen reststoffen in het milieu achtergelaten in een gesloten proces.

Maarten Nederlof is consultant bij Centre of Expertise Water Technology en hij hield een inleiding over sluiting van de waterkringloop. Het Centre of Expertise Water Technology (CEW) is een unieke samenwerking tussen onderwijs, onderzoek, overheden en ondernemingen met als doel het versterken van de kenniseconomie op het gebied van watertechnologie. Zijn er in de tuinbouw groene vingers, in de watertechnologie zijn er de blauwe vingers. Bij het Centrum worden onderzoeken uitgevoerd en begeleid en jonge mensen enthousiast gemaakt voor het vak. In Leeuwarden zijn diverse faciliteiten samengevoegd waardoor een Watercampus is ontstaan. Studenten, door Nederlof talenten genoemd, werken met proefinstallaties in laboratoria en testruimten. Volgens Nederlof zijn ontwikkelingen in de verschillende sectoren bij elkaar gekomen in dit project in Klazienaveen. “Ontwikkelingen in de Watertechnologie, Sensortechnologie en de Glastuinbouw, de Europese wetgeving en de Kader Richtlijn Water vielen samen met de initiatieven uit de sector en het topsectorenbeleid. Daarnaast was er een groot draagvlak voor een dergelijk project in de provincies Fryslân en Drenthe.”

Juiste verhoudingen belangrijk

Peter van Erp was net enkele uren terug uit Ghana waar hij boeren adviseerde over de landbouwmogelijkheden maar hij was op tijd aanwezig om zijn inleiding te houden. “De kennisontwikkeling in Nederland is belangrijk voor de voedselproductie in bijvoorbeeld Afrikaanse landen waar de grond ‘arm’ is”, zegt van Erp. Hij is directeur van Soilcares Research en ook betrokken bij het project in Klazienaveen. Volgens hem is het Nederlandse waterbeleid steeds meer merkbaar in de tuinbouw. “De oude strategie was om planten alles te geven in de veronderstelling dat die plant zelf wel de juiste hoeveelheid voedingsstoffen er uit haalde. Nu is er veel meer balans in het aanbod en behoefte van de plant. Het gaat niet alleen om de juiste voedingsstoffen maar meer nog om de juiste verhoudingen op het juiste tijdstip. Dat is nu precies wat in de praktijkproef in Klazienaveen gebeurt.” In de praktijkopstelling in het BCK zijn twee gescheiden gesloten systemen gemaakt waar komkommers worden gekweekt. Daarmee kunnen vergelijkingen gemaakt worden waarbij door de bril van de tuinder gekeken wordt. Het water met voedingsstoffen dat toegediend wordt aan de planten kan alleen hergebruikt worden door goed te meten, analyseren en genereren van de verzamelde informatie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van sensortechnologie. “Er is gigantisch veel kennis aanwezig, niet alleen bij de kenniscentra maar ook bij de tuinders. Daarom ook is dit project zo belangrijk. Een procent meer opbrengst is toch een paar boterhammen”, zei van Erp.

Na de inleidingen werden de aanwezigen rondgeleid door Ron Peters van het BCK. Ze konden niet alleen de praktijkopstellingen van de computers en opslagtanks zien maar ook de komkommerplanten met de komkommers. Het project wordt uitgevoerd door het consortium bestaande uit Stichting Tuinbouw Emmen, PTPO BV, SoilcaresResearch bv, Capilix bv en het Centre of Expertise Water Technology (CEW) en mede gefinancierd door subsidies van het samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN), koers Noord, en de provincies Drenthe en Fryslân.