Green PAC en provincie Fryslân tekenen voor eerste biobased brug ter wereld

Een brugdek volledig gemaakt van biocomposiet, kan dat? Welke materialen zijn er nodig? Is het sterk genoeg en hoe lang gaat het mee? Met deze vragen houden studenten van Stenden en Windesheim zich vanuit het gezamenlijke initiatief Green PAC het komende jaar bezig. Vandaag ondertekenden gedeputeerde Michiel Schrier en Stenden College van Bestuur voorzitter Leendert Klaassen een overeenkomst om de samenwerking tussen de organisaties te bekrachtigen.

“De eerste beweegbare brug in de wereld maken die uit 100% natuurlijke materialen bestaat, dát is onze ambitie”, vertelt gedeputeerde Schrier. De brug moet in Ritsumasyl komen te liggen, over het Van Harinxmakanaal. “Biobased composiet is een nieuw bouwmateriaal en nu nog volop in ontwikkeling. We zijn daarom erg blij dat we de kennis van studenten en hoogleraren in kunnen zetten om het materiaal verder te onderzoeken.”

Biobased composiet

Biobased composiet is een nieuw bouwmateriaal dat bestaat uit natuurlijke hars en vezels. Tot nu toe werd vaak een combinatie gebruikt van 80% bio-vezels en 20% glasvezel. De studenten onderzoeken onder meer de sterkte en de levensduur van verschillende samenstellingen van bio-materiaalcombinaties. Het ontwerp van de brug in Ritsumasyl ontstaat tijdens deze onderzoeksfase en is dus afhankelijk van het bouwmateriaal. Eind 2017 levert het bouwteam een rapportage op met alle resultaten. De bouw van de brug zou dan in 2018 kunnen starten.

Samenwerken in een bouwteam

Green PAC is een open innovatiecentrum voor (groene) kunststoffen, vezels en composieten. De organisatie ondersteunt dit project met alle kennis die zij eerder opgedaan hebben over bio-composiet en maakt daarbij ook gebruik van de expertise van TU Delft, Hochschule Osnabrück en NHL. In het bouwteam van de brug Ritsumasyl nemen naast Green PAC en de provincie Fryslân ook aannemerscombinatie Reef Infra en Jansen Venneboer en composietproducent Infra Composites deel. De partijen bundelen de krachten, om bij te dragen aan de ambitie om te zorgen dat de eerste brug die volledig bestaat uit natuurlijk bouwmateriaal, in Fryslân ligt.

Voorzitter CvB Stenden Leendert Klaassen en Fries gedeputeerde Michiel Schrier
Voorzitter CvB Stenden Leendert Klaassen en Fries gedeputeerde Michiel Schrier

Avantium zet volgende stap en tekent contract met AkzoNobel voor pilot bioraffinaderij in Delfzijl

Avantium, een toonaangevend chemisch technologiebedrijf en pionier op het gebied van duurzame chemie, vestigt een pilot bioraffinaderij op het Chemie Park Delfzijl. Avantium en AkzoNobel hebben een contract getekend voor de huisvesting van deze proeffabriek en de levering van diverse diensten en voorzieningen.

De proeffabriek zal de technische en economische haalbaarheid van Avantium’s Zambezi proces valideren dat als doel heeft om houtsnippers en andere tweede generatie biomassa om te zetten naar grondstoffen voor de chemische industrie. Dit is een essentiële stap in het opschalen van de technologie van laboratorium naar commerciële productie. De pilot plant wordt gevestigd op Chemie Park Delfzijl, onderdeel van Chemport Europe, ondersteund door de Provincie Groningen. Naar verwachting zal de proeffabriek operationeel zijn in het tweede kwartaal van 2018 en daarmee ligt Avantium’s Zambezi project op schema. Het bereiken van deze mijlpaal biedt werkgelegenheid aan ongeveer twintig medewerkers.

Tom van Aken, CEO van Avantium: “Delfzijl is een uitstekende locatie voor de verdere ontwikkeling van onze Zambezi-technologie. De keuze voor Chemie Park Delfzijl past bij het streven om in een volgende fase ook de commerciële Zambezi-bioraffinaderij in Delfzijl te bouwen. Wij ontwikkelen deze momenteel met onze partners AkzoNobel, Chemport Europe, RWE and Staatsbosbeheer. Het Chemie Park Delfzijl biedt ons alle benodigdheden voor het opereren van onze pilot plant. Daarbij is er een uitstekende samenwerking met AkzoNobel en steun van de provincie Groningen.”

Knut Schwalenberg, CEO van AkzoNobel Nederland: “Met dit contract zetten we een volgende stap in het uitbreiden van de Delfzijl-site van klassieke chemische productie naar duurzame en groene chemie. De technologie die Avantium naar Delfzijl brengt vult onze eigen biobased projecten op de site aan, die een duurzame ontwikkeling van AkzoNobel’s Specialty Chemicals business ondersteunen”.

In februari 2017 maakte Avantium bekend samen te gaan werken met AkzoNobel, Chemport Europe, RWE en Staatsbosbeheer voor het ontwikkelen van een bioraffinaderij op het Chemie Park Delfzijl om houtsnippers om te zetten naar hernieuwbare chemische grondstoffen. Errit Bekkering is vanuit Greenlincs bij het project betrokken en stelt dat de genoemde pilotplant de opmaat is voor een commerciële fabriek waarmee Delfzijl een enorme stap maakt van fossiel naar groen. Deze bioraffinaderij zal gebruikmaken van een nieuwe technologie die is ontwikkeld door Avantium. Dit Zambezi-proces zet non-food, tweede generatie biomassa, op een kosteneffectieve manier om in zuivere glucose, lignine en een gemengde suikerstroop. De bioraffinaderij zal vooral reststromen uit de Nederlandse bossen gebruiken.

Glucose is nodig voor de productie van producten zoals vitamines, enzymen en andere duurzame chemicaliën en materialen. Lignine is een uitstekende grondstof voor hernieuwbare energie en andere toepassingen. De gemengde suikerstroop is een prima grondstof voor de productie van ethanol en andere biofuels.

Focus op duurzame plastics

Begin mei opende Green PAC het iLab op het Emmtec Industry & Businesspark in Emmen haar deuren. Dit is voor Green PAC de tweede locatie, naast het iLab in Zwolle. Inmiddels telt het Emmense iLab al twee start-ups, waaronder WasteWise. Andere bedrijven zitten in de pijplijn.

Dat is onder meer de verdienste van Bastian Coes die verantwoordelijk is voor business development. ‘Met het iLab willen we startende bedrijven helpen die duurzamere kunststoffen voor hun producten in willen zetten. Dat kunnen bioplastics of biocomposieten zijn of fossiele kunststoffen die op een circulaire manier worden ingezet. We gaan dus breder dan alleen biobased.’ Volgens Coes vormen het iLab in Emmen en het 2,5 jaar oude iLab in Zwolle een entiteit. ‘Het iLab in Zwolle is vanzelfsprekend verder in de ontwikkeling en telt momenteel 17 start-ups. Het Emmense iLab en de (toekomstige) start-ups kunnen hun voordeel doen met de expertise die binnen deze locatie is opgebouwd.’

Ondernemersvaardigheden
Wat kunnen startende bedrijven verwachten als zij zich vestigen op de locatie op het Emmtec-terrein? Volgens Coes zijn er drie domeinen waarop zij ondersteuning kunnen krijgen. ‘Allereerst kunnen we bedrijven helpen op technisch gebied. We hebben niet alleen labfaciliteiten, maar een uitgebreid machinepark voor het productieproces van kunststoffen, zoals 3D-printers of spuitgietmachines. Vanzelfsprekend hebben we ook de expertise in huis om te ‘spelen’ met product- en procesparameters om uiteindelijk de gewenste materialen en functionaliteiten te realiseren.’
Business coaching en management skills zijn de andere domeinen waar iLab bijspringt. Coes stelt dat techneuten veelal aan de wieg staan van start-ups en dat gaandeweg, naarmate processen of producten dichter bij de markt komen, ook andere vaardigheden nodig zijn. ‘Het opstellen van financieringsplannen, het definiëren van productmarktcombinaties, het vinden en overtuigen van investeerders. Het zijn zaken waar start-ups op een gegeven moment mee te maken krijgen. Managementvaardigheden komen meer in beeld naarmate meer disciplines aan boord komen, zoals marketing/sales.’

Hennepcomposiet
WasteWise is de eerste start-up die zich gaat vestigen op het iLab in Emmen. Het bedrijfje, bestaande uit Derren de Jong, Charlotte van der Velde, Marco Hofkamp, Martijn Wittendorp en Bert Leiting, heeft een afvalsysteem ontworpen, waarbij de gebruiker op basis van barcodescanning het afval in de juiste compartimenten kan gooien.
‘Het systeem bestaat uit drie delen met een aparte ruimte voor de elektronica’, zegt De Jong. ‘Onze knowhow zit vooral in de soft ware-ontwikkeling. De buitenkant van het prototype is nu nog van metaal, maar we willen liever een duurzamer materiaal, zoals hennepcomposiet. Binnen het iLab gaan we onderzoeken of dit een haalbare kaart is. Daarnaast zien we ook voordelen van coaching op gebied van financiering en marketing.’ De Jong stelt dat WasteWise in gesprek is met een internationale producent van afvalsystemen voor bedrijven, particulieren en openbare ruimtes.

Fietsauto
Velomobiel is het andere bedrijf dat zich op het iLab in Emmen gaat vestigen. Oprichter/eigenaar Willem Reek: ‘Ik heb een gepatenteerde aandrijving ontwikkeld voor fietsen die 30 procent meer rendement oplevert. Daarmee kan de aandrijving worden gebruikt voor toepassingen die niet worden aangedreven door electromotoren of andere systemen. Mijn concept, de Velomobiel, is een auto – voor 2 volwassenen en 2 kinderen – die vooral in stedelijke gebieden kan worden ingezet. Daarbij zie ik vooral een markt in emerging markets waar het voor de minder draagkrachtige consument een goedkoper en schoner alternatief kan zijn voor gemotoriseerd of elektrisch transport.’ Momenteel bestaat de Velomobiel alleen virtueel, als 3D-model op een harde schijf. In het iLab wil Reek het eerste prototype gaan bouwen. ‘Het streven is om zoveel mogelijk duurzame materialen te gebruiken. Het liefst gebruik ik reststromen als grondstof, bijvoorbeeld voor biocomposieten voor panelen. Ik zie er naar uit om op dit gebied samen te werken met specialisten en studenten op het iLab.’


Het iLab op Emmtec Industry & Businesspark is in lijn met de ambitie van de ‘gastheer’. EMMTEC services, de manager van het Industry & Business park en centrale dienstverlener voor utilities, logistiek, laboratorium en engineering, wil uitgroeien tot hét centrum voor innovatie op het gebied van (groene) vezels, garens, composieten en polymeren.
Eelco Vrieling, commercieel directeur EMMTEC services: ‘Sinds 2013 zijn we door de landelijke overheid aangewezen als centrum voor chemische innovatie (COCI). We zijn actief bezig om samen met bedrijven en kennisinstellingen uit te groeien tot een hot spot voor innovatie in de kunststofsector. De vestiging van Green PAC iLab op het terrein draagt daar in belangrijke mate aan bij.’


Bron: www.agro-chemie.nl
Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met de provincie Drenthe.

Netwerken Midden-Oosten op agribeurs in Utrecht

Netwerken Midden-Oosten op agribeurs in Utrecht

Het overkoepelende label Invest in Holland – waar ook de NOM deel van uitmaakt – presenteert zichzelf op 9 en 10 mei in Utrecht op de eerste Europese editie van het Global Forum for Innovation in Agriculture (GFIA). Deze internationale agribeurs strijkt na vier jaar Abu Dhabi neer op Hollandse bodem en dat biedt kansen voor de Nederlandse markt.

Het begrip ‘agriculture’ reikt veel verder dan landbouw. Deze sector heeft te maken met onder meer klimaat, biotechnologie, moderne ICT en big data (precision farming), machines, ziekte- en plaagbestrijding, energie en watermanagement. “In het Midden-Oosten is veel olie, maar te weinig voedsel, daarom zoeken ze in die regio innovatieve oplossingen voor de agrisector”, vertelt Joep de Vries, foreign direct investment manager bij de NOM. “Na vier beurzen in Abu Dhabi wordt het concept van de GFIA nu voor het eerst in Europa uitgerold. Dat Utrecht als beurslocatie is gekozen, is een unieke kans om bruggen te bouwen tussen Nederland en het Midden-Oosten.”

Partnerships
De achterliggende gedachte van deelname aan deze beurs is om – op termijn – veelbelovende bedrijven warm te maken voor vestiging in Nederland. Waarbij de NOM uiteraard de belangen van de drie noordelijke provincies dient. De Vries: “Het gezamenlijke beurspaviljoen van Invest in Holland op deze agribeurs is een experiment. Deze beurs heeft een vrij brede scope, dus het is de vraag welke partijen op deze eerste Europese editie afkomen. Toch willen wij hier vanuit alle Nederlandse regio’s aanwezig zijn, met allereerst een focus op inkomende missies en potentiële partnerships voor de Nederlandse markt.”

Pitchen
De samenwerkende partners van Invest in Holland halen innovatieve bedrijven uit alle hoeken van ons land naar het beurspaviljoen. “Beide beursdagen hebben we een spreekslot om uitgenodigde bedrijven en kennisinstellingen vijf minuten te laten pitchen, terwijl wij het geheel aan elkaar praten”, vertelt De Vries. “Daarmee hopen we bezoekers uit het Midden-Oosten en Europa naar onze stand te trekken, zodat wij vervolgens met hen in gesprek komen. Wat willen zij, wat zoeken zij en aan wie kunnen wij hen koppelen? Wij zetten onze netwerken in, maar bouwen ook aan nieuwe lijntjes en leggen zo een basis voor mogelijke vestiging in Nederland.”

Verkennen
Als foreign direct investment manager is De Vries altijd bezig met potentiële acquisities voor Noord-Nederland, maar hij koppelt ook kansen met collega’s van business development. “Als NOM zijn wij er natuurlijk net zo goed voor Noord-Nederlandse bedrijven die iets in het buitenland willen bereiken. Bovendien kunnen nieuwe partnerships op termijn leiden tot kansrijke acquisities. Alles hangt met elkaar samen en het begint met ontdekken, verkennen en je verdiepen in de businesscultuur en de behoeften van – in dit geval – de agrisector in het Midden-Oosten.”

Anders zakendoen
Ter voorbereiding op GFIA Europe bezocht De Vries in maart alvast de vierde editie van deze beurs in Abu Dhabi. “Daar leerde ik bijvoorbeeld dat ze in het Midden-Oosten zelden investeren in innovatieontwikkeling. Zij gaan het liefst voor concepten die zich al bewezen hebben en kiezen dan voor de full-option variant, zelfs als ze lang niet alle opties nodig hebben. Vervolgens rekenen ze erop dat de leverancier hen daarna – kosteloos – bij de hand neemt om te zorgen dat de aangeschafte innovatie goed uitpakt, ook als dat langer duurt. Dat vraagt een andere manier van zakendoen. Maar er valt ongetwijfeld nog veel meer te ontdekken, daarom staan wij op 9 en 10 mei paraat om kansen te spotten en om mensen en bedrijven met elkaar te verbinden.”

Meer weten? Neem contact op met Joep de Vries, jdevries@nom.nl of (06) 253 926 71.

Biolijm uit Drenthe

De provincie Drenthe maakt zich sterk voor een economie die niet langer afhankelijk is van fossiele grondstoffen maar gebaseerd is op hernieuwbare groene grondstoffen. Drentse overheden, kennisinstellingen en ondernemers werken actief samen om deze nieuwe economie dichterbij te brengen. Met succes. De kracht zit hem in de korte lijnen. Een mooi voorbeeld is het recente project Biolijm dat is geïnitieerd door DC Tech in Emmen.

DC Tech staat voor Duurzame Chemische Technologie en is een centrum voor innovatief vakmanschap van het Drenthe College in Emmen. Het centrum richt zich op de kracht van de regio: chemie. Programmamanager Henk Lukken: ‘Met DC Tech dragen we bij aan het versterken van de regio. We hebben in Drenthe van oudsher veel maakindustrie. Met de studenten die getraind worden bij DC Tech, krijgen chemische, maar ook andere technische bedrijven in de regio Emmen de beschikking over goed opgeleide technologisch specialisten met een praktijkgerichte achtergrond. De nadruk ligt tijdens het scholingsprogramma op innovatie en duurzaamheid.’
Belangrijk aspect van DC Tech is de nauwe samenwerking met het regionale bedrijfsleven. Lukken: ‘Klopt. Maar dat niet alleen. We werken ook samen met Green PAC, een initiatief van Stenden hogeschool uit Emmen en Hogeschool Windesheim uit Zwolle. Juist de combinatie van praktijkgericht onderwijs (MBO) met toegepast onderzoek (HBO) werkt hierin ontzettend goed. Waar de HBO-student zich bezighoudt met toegepast onderzoek, kan de MBO-student de resultaten omzetten in praktijkgerichte oplossingen.’

Project Biolijm

Een sprekend voorbeeld is het project biolijm. ‘Onlangs zijn we op het DC Tech begonnen met dit project, samen met het bedrijf Collall uit Stadskanaal. Dit bedrijf maakt onder andere kinderlijm. Nu zoekt dit bedrijf naar een manier om deze lijm te maken van uitsluitend biobased grondstoffen, waarbij het conserveringsmiddel moet worden verbiobaseerd. Vanuit onze leerlijn binnen het Drenthe College werken onze studenten aan een manier om de lijm zo goed mogelijk te maken en samen met Green PAC onderzoeken we vervolgens welke grondstoffen het best kunnen worden gebruikt. Een mooi voorbeeld van de combinatie praktijkgericht onderwijs en toegepast onderzoek.’

Opmars naar groter project

Het project Biolijm van DC Tech, Green PAC en Collall wordt ook gevolgd door de provincie Drenthe en de gemeente Emmen. Lukken: ‘De verbinding met Green PAC en het bedrijfsleven is niet de enige. Juist door de korte lijnen die we hier in de regio hebben tussen onderwijs, ondernemers en overheid is het project een opstap naar meer. Met de resultaten die we boeken, kijken ook de gemeente Emmen en de provincie Drenthe mee. Zij hebben ambities op het gebied van biobased grondstoffen en een innovatieve maakindustrie. Dit project biedt kansen om te groeien en juist dat is waar de provincie Drenthe en de gemeente Emmen belang bij hebben. Wanneer het project is geslaagd, biedt het de regio kansen op het gebied van innovatie, opschaling en meer werkgelegenheid.’

Bron: Agro & Chemie, ondernemen in de Biobased Economy

Partnerschap voor ontwikkeling bioraffinaderij in Delfzijl voor omzetting hout naar chemicaliën

AkzoNobel, Avantium, Chemport Europe, RWE en Staatsbosbeheer versnellen biobased economie door toepassing baanbrekende technologie.

Avantium, een toonaangevend chemisch technologiebedrijf en pionier op het gebied van duurzame chemie, maakt vandaag bekend samen te gaan werken met AkzoNobel, Chemport Europe, RWE en Staatsbosbeheer. De vijf ondernemingen hebben plannen voor het ontwikkelen van een bioraffinaderij op het Chemie Park Delfzijl. Deze samenwerking is een belangrijke stap voor de biobased economie en de ontwikkelingen op het gebied van biomassa-omzetting naar chemicaliën.

Baanbrekende technologie: het Zambezi-procesPartnerschap van start voor ontwikkeling bioraffinaderij in Delfzijl voor omzetting hout naar chemicaliën
In de gepande bioraffinaderij in Delfzijl zal gebruik worden gemaakt van  een nieuwe technologie die is ontwikkeld door Avantium. Avantium’s zogenoemde Zambezi-proces zet non-food biomassa om in zuivere glucose en lignine op een kosteneffectieve manier. De gebruikte biomassa behoort tot de tweede generatie grondstoffen, voorbeelden zijn houtsnippers, pulp en bijproducten uit de landbouw. Het proces is bijzonder geschikt voor het maken van zeer zuivere glucose, die nodig is voor de productie van een breed scala aan duurzame chemicaliën en materialen voor de chemische industrie van de toekomst. Deze glucose is geschikt voor zowel katalytische processen als fermentatieprocessen voor de productie van nieuwe, groeiende generaties duurzame materialen, zoals PLA, PEF, PBAT, PHA. Lignine is een uitstekende grondstof voor hernieuwbare bio-energie toepassingen, het bevat aanzienlijk meer energie dan houtachtige biomassa.

Sterke samenwerking
Elke partner zet zijn expertise in deze samenwerking in; van grondstoffen, door de gehele supply chain heen, tot eindproducten. De belangrijkste grondstof van de nieuwe fabriek zijn houtsnippers die lokaal worden verkregen, gecoördineerd door Staatsbosbeheer. De geplande fabriek zal gebruikmaken van de synergie die aanwezig is op het gebied van infrastructuur, nutsvoorzieningen en expertise van het AkzoNobel-terrein in Delfzijl. RWE zal de grondstoffen voor het Zambezi-proces leveren en het  bio-residu lignine voor de opwekking van duurzame energie inzetten. Chemport Europe brengt strategische ondersteuning in via een reeks initiatieven vanuit de regio Noord-Nederland om dit project mogelijk te maken. Verdere partnerschappen en samenwerkingsverbanden zijn in ontwikkeling.

Door de geografische, technische en logistieke voordelen van het Delfzijl-gebied, verwacht het partnerschap een kostenconcurrerende productie te realiseren, welke vervolgens zal helpen bij het versneld uitrollen van de biobased economie. De referentiefabriek zal worden gebouwd met snelle uitbreidingsmogelijkheden voor de capaciteit na de testperiode.

DMT bouwt grootste biogasopwaarderingsinstallatie ter wereld

DMT Clear Gas Solutions, de Amerikaanse dochteronderneming van DMT Environmental Technology, gaat de grootste installatie ooit op het gebied van biogasopwaardering met de nieuwste membraantechnologie plaatsen. Deze installatie is niet alleen de grootste, maar eveneens de eerste biogasopwaarderingsinstallatie van DMT die in de Verenigde Staten wordt geplaatst.

Voor het grootste project in de geschiedenis van DMT en biogasopwaardering met de nieuwe membraantechnologie wordt varkensmest vergist tot biogas. DMT CGS zal zowel de voorbehandelingstechnologie voor het verwijderen van zwavel leveren als de technologie om het biogas op te waarderen. Het opgewaardeerde biogas of biomethaan wordt vervolgens in het nationale gasnetwerk geïnjecteerd waar 30.000 huishoudens per jaar van kunnen profiteren.

“Dit is een geweldig project. Niet alleen vanwege de omvang maar ook vanwege de relevantie binnen de industrie”, aldus Robert Lems, General Manager van DMT Clear Gas Solutions. “Dit wordt niet alleen het grootste project in de geschiedenis van DMT, maar ook het grootste project ooit met deze nieuwe membraantechnologie. We zijn erg trots op wat we tot nu toe hebben bereikt en zouden het niet zonder steun van onze partners en collega’s in Nederland hebben kunnen doen.”

DMT-ET is marktleider in het opwaarderen van biogas met een zelf ontwikkelde technologie. De bron voor dit biogas kan bjivoorbeeld organisch afval, huishoudelijk afval of mest zijn. Het natuurlijke gas ontstaat door dit afval te verzamelen en te vergisten. Met een Carborex®MS installatie van DMT-ET wordt het gas gezuiverd waarna het geschikt is als biologisch aardgas of als biologische brandstof. Sinds de introductie op de markt, heeft deze technologie zich ontwikkeld als meest succesvol product van het bedrijf. Wanneer gewenst koppelt DMT de installatie aan het bestaande gasnetwerk zodat consumenten in de wijde omgeving kunnen profiteren van het milieuvriendelijke gas. DMT-ET is ambitieus, groeit snel en telt op het moment 50 medewerkers verspreid over kantoren in Nederland, de Verenigde Staten en Azië. Naast het opwaarderen van gas levert DMT ook technologie voor ontzwaveling en waterzuivering, wereldwijd.

Lancering Kennisconsortium Bodem & Bodembiodiversiteit

Lancering Kennisconsortium Bodem & Bodembiodiversiteit

Onlangs is in Friesland het Kennisconsortium Bodem gelanceerd. Hierin bundelen Hogeschool Van Hall Larenstein, Nordwin College, Wetsus, Ecostyle, het Louis Bolk Instituut, van Iperen, Aequator, HLB, Bioclear, LTO Noord en de gemeente Ooststellingwerf hun krachten op het gebied van bodemonderzoek.

Om zo goed mogelijk te kunnen samenwerken wordt op het Ecommunitypark in Oosterwolde een Kenniscentrum Bodem opgericht. Hier gaan de partijen onderzoek doen naar de verschillende bodemtypen in Nederland. Doel is een bodembeleid te ontwikkelen dat zowel gezond is voor de ondergrond als voor de landbouwsector.

Bron: AgriHolland

Eerste mono-vergister in Hinnaard in gebruik

Melkveehouder Pieter Heeg in Hinnaard neemt dinsdag de eerste mono-vergister van ons land in gebruik. De openingshandeling wordt gedaan door minister Kamp van Economische Zaken. De melkveehouder gaat met zijn vergister biogas produceren, waarmee zo’n veertig huishoudens van gas en stroom kunnen worden voorzien.

Een mono-vergister produceert minder gas dan een co-vergister, maar heeft wel als voordeel dat er veel minder bijproducten hoeven te worden gebruikt. Het methaan, lachgas en de broeikasgassen in drijfmest worden in de vergister omgezet in biogas.
Minister Kamp wil dit soort vergisters stimuleren, omdat ze een bijdrage kunnen leveren aan de duurzaamheidsdoelstellingen. De verwachting is dat Kamp dinsdag bekend maakt dat hij subsidie beschikbaar stelt voor 200 van dit soort vergisters. Zuivelconcern FrieslandCampina maakt zich daar sterk voor en geeft ook een vergoeding aan boeren die investeren in een mono-vergister.

Boeren kunnen zich dan ook bij het concern melden als ze mee willen doen in het project. Daarvoor moeten ze wel minimaal 150 koeien hebben en aan weidegang doen. FrieslandCampina heeft daarvoor de corporatie Jumpstart opgericht.

Bron: Leeuwarder Courant