The Potato Valley is van start gegaan

Telers, onderwijsinstellingen, onderzoekers en bedrijven in de provincies Groningen en Drenthe hebben afgelopen maand The Potato Valley gelanceerd. Dat is een samenwerkingsverband waarin de partijen werken aan een duurzamer akkerbouwsysteem, waarbij de focus vooral ligt op pootgoedteelt.

The Potato Valley werd gelanceerd op een proefboerderij in Munnekezijl. In het noordelijke kleigebied zitten veel aardappeltelers. Zo’n 23 procent van de Nederlandse export komt daar zelfs vandaan. Het samenwerkingsverband moet ervoor zorgen dat die positie op de markt wordt behouden.

Volgens The Potato Valley zijn er veel uitdagingen op het gebied van klimaat, bodem, gewasbescherming en vitaliteit van het gewas. Het platform moet dan ook leiden tot concrete projecten en de leidende rol ligt bij de telers zelf.

De samenwerkende partijen hebben een agenda met thema’s voor onderzoek en onderwijs opgesteld. Ze gaan op zoek naar pootgoedrassen die beter bestand zijn tegen ziekten en minder water, beschermingsmiddelen en meststoffen nodig hebben.

Het project wordt financieel ondersteund door BO Akkerbouw. The Potato Valley bestaat nu uit gebieden in Groningen en Friesland. Het kan zijn dat het project verder in het land wordt uitgebreid.

Bij de start van het project zijn onder andere de provincies Groningen en Friesland, de Pootgoedacademie Groningen, HZPC, Agrifirm en de Proefboerderij Kollumerwaard betrokken. Ook Averis/Avebe, Van Hall Larenstein, Nordwin College, Terra, Agrofuture, LTO Noord, AJF, GrAJK en NAV spelen een belangrijke rol.

Bron: Nieuwe Oogst

Primeurs op het Biobased Business Event Emmen

Het Groene Chemie cluster in Emmen is flink in ontwikkeling. Dat bleek op de tweede editie van het Biobased Business Event Emmen op 22 september, dat plaats vond op het Emmtec Industry & Businesspark. Tijdens de vorige editie werd de belofte uitgesproken dat er werk gemaakt zou worden mét de Biobased Economy. Het resultaat ruim een jaar later mag er zijn. Met o.a. de ontwikkeling van de eerste BioPET100 verpakking voor cosmetica en de vestiging van Fiby Products in Emmen. Primeurs tijdens het Biobased Business Event Emmen, dit jaar samen georganiseerd met het 3DprintEU Congres.

Een primeur van wereldformaat!
De schaalsprong naar de realisatie is gemaakt, een grote sprong in de ontwikkeling van de biobased economy. Hét voorbeeld is de presentatie van de allereerste BioPET100 verpakking voor cosmetica. BioPET100 is het bewijs dat je een product kunt realiseren van gelijke kwaliteit (fossiel – biobased). En het laat zien dat biomassa reststromen kunnen worden gebruikt als grondstof voor de productie van bestaande kunststoffen. Een technologie die zich goed leent voor opschaling! Een consortium van MKB bedrijven en kennisinstellingen is verantwoordelijk voor deze baanbrekende ontwikkeling.

Composietencluster Emmen verder versterkt.
Met de vestiging van Fiby Products krijgt Emmen er een nieuw (bio)composieten bedrijf bij en wordt het groene Chemie cluster verder versterkt. Fiby Products gaat duurzame producten en componenten ontwikkelen, fabriceren en verkopen, voor de weg- en waterbouw gerelateerde producten (sluisdeuren, kipperwagens). Fiby Products is een samenwerking tussen Composite Technology Center (CTC), Machinefabriek Emmen en Roelofs Kippers.

Andere primeurs waren de presentatie van het eerste concept design van ‘Workplace 2020’, dat voorkomt uit het bijzondere project ‘Circulair Biobased Design’ van kennisinstituut Green PAC en Drentea. En de bekendmaking van de oprichting van Bio Economy Region Northern Netherlands (BERNN), waarin de Rijksuniversiteit Groningen en de vier Noordelijke Hogescholen samenwerken om te bevorderen dat kennis wordt omgezet in industriële toepassingen.

Ook deze tweede editie was Emmtec Industry & Businesspark gastheer van het Biobased Business Event Emmen. Op deze uitzonderlijke locatie bezochten zo’n 650 bezoekers de bijna 80 organisaties op de beursvloer, inspirerende lezingen van o.a. Joan Hanegraaf (Oerlemans Plastics), Nelo Emerencia (Bio-based Industry Consortium) en Rop Zoetemeijer (Biobased Delta), workshops en demonstraties. Zowel over biobased ontwikkelingen als 3D (metaal)printen. Op het Financieringsplein, mede mogelijk gemaakt door de Rabobank, kreeg men informatie over subsidies en fondsen. Twaalf kennisinstellingen vormden tezamen het onderwijsplein. Het Biobased Business Event Emmen is mede een initiatief van de Provincie Drenthe en de gemeente Emmen om de ontwikkeling naar een Biobased Drenthe te stimuleren en te faciliteren.

Biobased Business Event Emmen – 22 september 2016

Het Biobased Business Event Emmen is de etalage voor bedrijven, kennisinstellingen en andere organisaties. Hét event om (nieuwe) businesspartners en potentiële investeerders te ontmoeten. Na het succes van de eerste editie in 2015 vindt op donderdag 22 september de 2e editie plaats. Inspireren, informeren en ontmoeten, daar gaat het om! Als koploper in de Groene Chemie laat Emmen zien wat er allemaal al gebeurt. U kunt daar onderdeel van uitmaken: op de beursvloer zijn nog enkele (gratis) stands beschikbaar. Op de beursvloer kunnen bezoekers uw producten, materialen of ontwikkelingen beleven, voelen, zien en/of testen.

Heeft u interesse in een stand? U kunt zich aanmelden via: biobasedbusinessevent.com/aanmelden-stand.

Noord-Nederland investeert in behoud toppositie duurzame zuivelsector

In het Drentse provinciehuis in Assen is maandag een start gemaakt met de Versnellingsagenda Noordelijke Melkveehouderij. Hierin streeft een coalitie bestaande uit landbouw- en milieuorganisaties en de drie noordelijke provincies naar een vergaande verduurzaming van de melkveesector in Noord-Nederland.

Het Noorden loopt al voorop als het gaat om een duurzame zuivelsector, maar om die positie vast te houden moeten boeren ook de komende jaren blijven investeren in milieu, klimaat en landschap. Op die manier kan de regio de topklanten op de zuivelmarkt blijvend aan zich binden en zal ook de consument blijven kiezen voor Noord-Nederlandse melk.

FrieslandCampina is blij met de versnellingsagenda. Volgens het zuivelconcern zullen grote afnemers als Unilever, Nestlé en Kraft alleen klant blijven als er blijvend wordt geïnvesteerd in zaken als weidegang, gezondheid van de veestapel, landschapsbeheer, schoon water en schone lucht.

Binnen de versnellingsagenda zijn een aantal doelen opgesteld, bijvoorbeeld voor de uitstoot van fosfaat, stikstof en ammoniak, die allen verder gaan dan de vastgestelde landelijke normen. Op die manier moeten alle noordelijke melkveebedrijven in 2020 minimaal de gemiddelde prestaties van de best presterende bedrijven van 2013 evenaren.

Bron: Dagblad van het Noorden

Doorbraak in precisielandbouw dankzij NemaDecide Geo

Onder grote belangstelling heeft Agrifirm onlangs NemaDecide Geo gelanceerd. Het vernieuwde adviessysteem geeft besmettingen van landbouwgrond met plantparasitaire aaltjes (nematoden) nu ook weer op een geografische kaart. Aardappeltelers kunnen daardoor besmettingen met aardappelmoeheid, veroorzaakt door het aardappelcystenaaltje, in een vroeg stadium gemakkelijk opsporen en vervolgens uiterst gericht aanpakken.

De geschiedenis begint met de ontwikkeling van NemaDecide AM, een initiatief van onder andere Greenlincs met Noord-Nederlandse financiering. NemaDecide Geo komt voort uit een samenwerking tussen een aantal kweekbedrijven, handelsbedrijven in pootgoed, de inspectie- en certificeringsinstantie NAK Agro en Wageningen UR. Eerder leverde die samenwerking al NemaDecide AM en NemaDecide Plus op. Die eerste was alleen bestemd voor de beheersing van het aardappelencystenaaltje en in de Plus-versie kunnen telers ook de aanwezigheid van het maïswortelknobbelaaltje (chitwoodi) en het wortellesie-aaltje monitoren.

Nieuw in NemaDecide Geo is de mogelijkheid om bemonsteringsuitslagen weer te geven op een geografische kaart. Hierdoor kunnen de aaltjes sneller en gerichter bestreden worden. Daarnaast is het met NemaDecide Geo mogelijk om de bemonstering van een perceel digitaal aan te vragen. Dat scheelt de teler veel administratieve rompslomp.

Ook faciliteert de gratis online app kennisdeling. Gebruikers kunnen ervoor kiezen hun gegevens te delen met kennis- en keuringsinstanties als NAK Agro, Crop-R en BLGG Agroxpertus, alsook met leveranciers, pachters en andere partijen.

In de betaalde abonnementsversie van NemaDecide Geo kunnen telers verder vooruit kijken. Zo kunnen ze onder meer zien wat het effect van bepaalde resistente aardappelrassen is en welk effect het gebruik van granulaat heeft op de detectiekans van de besmetting. Door hierop in te spelen, kan op het besmette perceel sneller weer effectief worden verbouwd.

Momenteel wordt gewerkt aan een uitbreiding van NemaDecide Geo, waarbij ook chitwoodi en het wortellesie-aaltje worden toegevoegd. Dan wordt het ook mogelijk om mengbesmettingen te monitoren.

Bron: Nieuwe Oogst

Versnellingsagenda Noord-Nederland

Noord-Nederland is verbonden met de melkveehouderij, niet alleen in het verleden maar ook in de toekomst. Er zijn in Noord-Nederland volop kansen om te ontwikkelen en te laten zien hoe grondgebonden, duurzame melkveehouderij leidt tot sterke bedrijven waar een goed inkomen te verdienen is en waar de samenleving trots op is. De zuivelketen, de collectieven en de natuur- en milieufederaties hebben samen met de provincies Groningen, Fryslân en Drenthe het initiatief genomen tot deze agenda.

Wij voelen de urgentie om met de hele sector zichtbaar stappen te zetten. Als iedere veehouder zijn verantwoordelijkheid neemt en investeert in een duurzame, grondgebonden melkveehouderij dan kunnen we zorgen voor schoon water, schone lucht, een bodem die vruchtbaar blijft, gezonde dieren die zomers in de wei lopen en een hoge en veelzijdige biodiversiteit. Alleen als de melkveehouderij investeert in duurzaamheid zal de consument onze producten blijven kopen en waarderen en is de maatschappij bereid om de melkveehouderij ontwikkelruimte te bieden. Het is aan de sector om binnen die ontwikkelruimte de kansen te pakken die het Noorden biedt! De versnellingsagenda is daarbij een belangrijke routeplanner.

In deze versnellingsagenda hebben we gezamenlijk benoemd wat we willen bereiken. Deze doelen zijn ambitieus maar haalbaar. Hoe een melkveehouder op zijn/haar bedrijf werkt aan duurzaamheid zal van bedrijf tot bedrijf verschillen. Die verschillende aanpakken delen en er van leren kan nieuwe aanpakken en nieuwe inzichten opleveren.

Frans Keurentjes en Dirk BruinsVersnellingsagenda

Namens de initiatiefnemers van de versnellingsagenda
FrieslandCampina
LTO Noord
BoerenNatuur
Natuur en Milieufederaties Groningen, Friesland, Drenthe

 

Klik op de foto hiernaast om de hele Versnellingsagenda te lezen.

Wageningen UR onderzoekt kansen Biobased Economy Noord-Nederland

De drie Noordelijke provincies in Nederland kunnen samen een grootschalige producent en leverancier worden van hernieuwbare grondstoffen voor de regionale productie van ‘groene’ chemicaliën, kunststoffen en veevoeder eiwit. Dit blijkt uit onderzoek van Wageningen UR, Greenlincs en de Rijksuniversiteit Groningen. Door nauwe samenwerking met het Duitse Weser-Emsgebied kan de voorziening van biomassagrondstoffen van ‘eigen bodem’ worden versterkt. Daardoor kan Noord-Nederland uitgroeien tot een speler van wereldformaat.

Noord-Nederland heeft een combinatie van sterktes: goede zeehavens, een chemie- en kunststoffencluster, sterk ontwikkelde akkerbouw en veel ruimte om uit te breiden in veehouderij. Daarnaast heeft de regio goede toegang tot kennis. Maar de regio kent ook forse uitdagingen: er is een sterke wil aardgas-activiteiten terug te dringen en de bestaande chemieclusters in Delfzijl en Emmen hebben te kampen met terugloop in activiteiten. Het ministerie van Economische Zaken heeft het projectteam daarom gevraagd nieuwe kansen voor economische ontwikkeling in de regio in kaart te brengen.

Kansen voor chemie en materiaalindustrie

De combinatie van geïdentificeerde sterktes biedt de regio kansen, zoals kans op groei van de relatief kleine chemieclusters in het gebied door middel van de productie van biobased chemische bouwstenen en processen. Op basis van deze en andere bouwstenen kan het gebied een positie opbouwen in bioplastics en andere biobased materialen. Ook kan er voldoende eiwit voor diervoeder worden geproduceerd, terwijl het mestprobleem wordt verkleind.

‘Om kansen te verzilveren is het belangrijk voldoende bedrijven te mobiliseren die zich als eigenaar van de kansen willen zien,’ Aldus Harriëtte Bos, onderzoeker bij Wageningen UR Food & Biobased Research en medeauteur van de studie Noord4Bio. ‘Ondersteund door netwerken zoals de Eemsdelta, Greenlincs en GreenPAC kunnen deze bedrijven krachten bundelen, prioriteiten stellen, en plannen oppakken.’

Nieuwe economische impuls

In de studie is specifiek gekeken naar mogelijkheden om de agrarische sector, een sector met een grote omvang in Noord-Nederland, aan te laten sluiten op de bestaande chemie- en kunststoffeninfrastructuur in Delfzijl en Emmen. Door slim gebruik te maken van deze infrastructuur kan een vruchtbare Biobased Economy ontstaan, die de regio op middellange termijn (5-10 jaar) een nieuwe economische impuls kan geven. Bos: ‘Binnen de studie hebben we drie belangrijke economische pijlers voor de Biobased economy als uitgangspunt genomen: moleculen uit biomassa die kunnen worden omgezet in gefunctionaliseerde chemicaliën, materialen uit biomassa met functionele eigenschappen, en eiwit voor diervoer dat we middels biraffinage kunnen vrijmaken.

Samenhangende clusters

Negen clusters met een specifieke grondstof- of productfocus – zoals focus op koolhydraten, eiwitten of cellulose, maar ook op biocomposieten, bioplastics en biobased chemie, zijn gedefinieerd. Voor ieder van deze clusters is een schatting gemaakt van potentiële omvang, benodigde investeringen en werkgelegenheid. De clusters hangen sterk met elkaar samen, omdat ze deels op elkaar voortbouwen.

De clusters gericht op koolhydraten voor de chemie,  biobased chemie in Delfzijl, routes van koolhydraten naar bioplastics en eiwitten voor Nederlandse en Duitse veevoeders, zijn momenteel het belangrijkste. Bos: ‘Wanneer op korte termijn wordt ingezet op de ontwikkeling van deze clusters, kan dit de economie in Noord-Nederland flink versterken.  Bovendien geeft dit een impuls aan de samenwerking tussen de chemische en agrarische sector, een belangrijk element om de Biobased Economy van de grond te krijgen.

Bioraffinagecluster Noord Nederland

Het projectteam adviseert de regio te investeren in een bioraffinagecluster: een fermentatieplant waar fermenteerbare suikers kunnen worden omgezet in chemische bouwstenen en een bioraffinageplant waar overige reststromen, zoals moeilijk omwerkbare suikers (zoals die uit lignocellulose) kunnen worden voorbehandeld en gescheiden. Een aansluiting van deze industrie op het bestaande polymeercluster in Emmen biedt zeer interessante kansen voor afzetmarkten van de fermenteerbare en andere suikers:  hoogwaardige bioplastics. Ook verbindingen tussen de Noord-Nederlandse en Noord-Duitse veevoer- en zuivelindustrie  en het verleiden van bedrijven om, onder meer met steun van de Regionale Investeringssteun Groningen (RIG), te investeren in het bioraffinagecluster, zijn belangrijke stappen om de noordelijke Biobased Economy van de grond te krijgen. Bos: ‘Wanneer een dergelijk cluster zich gaat ontwikkelen, heeft dat vaak een enorme aantrekkingskracht op bedrijven’.

In september vindt een grote bijeenkomst plaats in Noord-Nederland waarbij het rapport gepresenteerd wordt  aan belangrijke stakeholders in de regio. Bos: ‘Het is belangrijk dat bedrijven het plan omarmen en elkaar opzoeken om doelen te kunnen bereiken. Het plan kan alleen slagen als partijen bereid zijn over hun eigen grenzen te kijken.’

Concrete kansen voor biobased economy in Noord-Nederland

De biobased economy in Noord-Nederland is kansrijk. De aanwezigheid van goede zeehavens, een chemie- en kunststoffencluster en veel grondstoffen zorgen ervoor dat het Noorden een grootschalige producent en leverancier kan worden van hernieuwbare grondstoffen voor de regionale productie van ‘groene’ chemicaliën, kunststoffen en veevoeder-eiwit. Dat blijkt uit het rapport ‘Noord4Bio’ dat donderdag is aangeboden aan het ministerie van Economische Zaken en de Tweede Kamer.

Het onderzoek komt voort uit de commissie-Willems, die de vergroeningsmogelijkheden van het chemiecluster in Delfzijl al eens onder de loep nam. Het ministerie van Economische Zaken vroeg de Wageningen Universiteit, de Rijksuniversiteit Groningen, Greenlincs, ECN en TNO om de kansen voor de bio-economie in heel Noord-Nederland in kaart te brengen.

De onderzoekers stellen dat het Noorden moet gaan samenwerken met de Duitse grensregio Weser Ems. Uiteindelijk liggen er dan in negen clusters flinke kansen voor de regio. Kansen die ontstaan door de aanwezige kennis te combineren met een unieke combinatie van goede zeehavens, een chemie- en kunststoffencluster in zowel Delfzijl als Emmen en een sterk ontwikkelde akkerbouw en veehouderij.

Volgens Errit Bekkering, Business Development Manager bij de NOM en Greenlincs (netwerk voor ondernemers in de Agrifood & Biobased Economy in Noord-Nederland), ontstaan er concrete mogelijkheden om de relatief kleine chemieclusters in het gebied te laten groeien met de productie van biobased chemische bouwstenen en processen. Dat zorgt ervoor dat het Noorden een flink woordje gaat meespreken op het gebied van bio-plastics en andere biobased materialen. Bovendien kan er voldoende eiwit voor diervoeder worden geproduceerd en dat verkleint het mestprobleem.

“Dit rapport zorgt ervoor dat we beter gebruikmaken van hetgeen in de regio aanwezig is”, zegt Bekkering. “Tegelijkertijd beschrijven we nieuwe ontwikkelingen die goed inpasbaar zijn in Noord-Nederland. Dit oppakken betekent  een goede positie van onze regio als het gaat om de biobased economy. Noord-Nederland kan hiermee uitgroeien tot een speler van wereldformaat hetgeen voor Nederland en Europa een unieke positie betekent.”

Volgens Bekkering zijn er landelijk voldoende investeerders en subsidies beschikbaar om met de plannen aan de slag te gaan. Zo noemt het rapport ook de Regionale Investeringssteun Groningen als instrument om investeringen te ondersteunen. De investeringen moeten leiden tot nieuwe werkgelegenheid en zorgen voor een stimulering van de economie.

“De kansen zijn overduidelijk aanwezig”, zegt Bekkering. “We moeten nu aan de slag gaan en zorgen dat over drie jaar bedrijven de eerste investeringsbeslissingen hebben genomen en bezig zijn met de bouw van fabrieken. We zijn momenteel druk met het zoeken van bedrijven die zich als eigenaar van de geïdentificeerde  kansen zien. Als Greenlincs kijken we samen met partijen als GreenPAC en EemsDeltaGreen welke plannen het snelst uitgevoerd kunnen worden en hoe we die met vereende krachten gaan oppakken”, besluit hij.

Het hele rapport met een uiteenzetting van de negen clusters waarop de onderzoekers kansen zien, is te lezen via deze link.

Werkgelegenheid Drentse landbouw neemt toe

De werkgelegenheid in de Drentse landbouw is in het afgelopen jaar licht gestegen. Het is voor het eerst sinds jaren dat er een stijging is in het aantal banen in de sector. In de rest van het land zet bleef dit aantal ook afgelopen jaar nog dalen.

Een en ander blijkt uit cijfers van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. In totaal vonden in het afgelopen jaar 1633 mensen werk bij een Drents boerenbedrijf. Dat zijn er 50 meer dan een jaar eerder.

Bron: RTV Drenthe