Wageningen UR onderzoekt kansen Biobased Economy Noord-Nederland

De drie Noordelijke provincies in Nederland kunnen samen een grootschalige producent en leverancier worden van hernieuwbare grondstoffen voor de regionale productie van ‘groene’ chemicaliën, kunststoffen en veevoeder eiwit. Dit blijkt uit onderzoek van Wageningen UR, Greenlincs en de Rijksuniversiteit Groningen. Door nauwe samenwerking met het Duitse Weser-Emsgebied kan de voorziening van biomassagrondstoffen van ‘eigen bodem’ worden versterkt. Daardoor kan Noord-Nederland uitgroeien tot een speler van wereldformaat.

Noord-Nederland heeft een combinatie van sterktes: goede zeehavens, een chemie- en kunststoffencluster, sterk ontwikkelde akkerbouw en veel ruimte om uit te breiden in veehouderij. Daarnaast heeft de regio goede toegang tot kennis. Maar de regio kent ook forse uitdagingen: er is een sterke wil aardgas-activiteiten terug te dringen en de bestaande chemieclusters in Delfzijl en Emmen hebben te kampen met terugloop in activiteiten. Het ministerie van Economische Zaken heeft het projectteam daarom gevraagd nieuwe kansen voor economische ontwikkeling in de regio in kaart te brengen.

Kansen voor chemie en materiaalindustrie

De combinatie van geïdentificeerde sterktes biedt de regio kansen, zoals kans op groei van de relatief kleine chemieclusters in het gebied door middel van de productie van biobased chemische bouwstenen en processen. Op basis van deze en andere bouwstenen kan het gebied een positie opbouwen in bioplastics en andere biobased materialen. Ook kan er voldoende eiwit voor diervoeder worden geproduceerd, terwijl het mestprobleem wordt verkleind.

‘Om kansen te verzilveren is het belangrijk voldoende bedrijven te mobiliseren die zich als eigenaar van de kansen willen zien,’ Aldus Harriëtte Bos, onderzoeker bij Wageningen UR Food & Biobased Research en medeauteur van de studie Noord4Bio. ‘Ondersteund door netwerken zoals de Eemsdelta, Greenlincs en GreenPAC kunnen deze bedrijven krachten bundelen, prioriteiten stellen, en plannen oppakken.’

Nieuwe economische impuls

In de studie is specifiek gekeken naar mogelijkheden om de agrarische sector, een sector met een grote omvang in Noord-Nederland, aan te laten sluiten op de bestaande chemie- en kunststoffeninfrastructuur in Delfzijl en Emmen. Door slim gebruik te maken van deze infrastructuur kan een vruchtbare Biobased Economy ontstaan, die de regio op middellange termijn (5-10 jaar) een nieuwe economische impuls kan geven. Bos: ‘Binnen de studie hebben we drie belangrijke economische pijlers voor de Biobased economy als uitgangspunt genomen: moleculen uit biomassa die kunnen worden omgezet in gefunctionaliseerde chemicaliën, materialen uit biomassa met functionele eigenschappen, en eiwit voor diervoer dat we middels biraffinage kunnen vrijmaken.

Samenhangende clusters

Negen clusters met een specifieke grondstof- of productfocus – zoals focus op koolhydraten, eiwitten of cellulose, maar ook op biocomposieten, bioplastics en biobased chemie, zijn gedefinieerd. Voor ieder van deze clusters is een schatting gemaakt van potentiële omvang, benodigde investeringen en werkgelegenheid. De clusters hangen sterk met elkaar samen, omdat ze deels op elkaar voortbouwen.

De clusters gericht op koolhydraten voor de chemie,  biobased chemie in Delfzijl, routes van koolhydraten naar bioplastics en eiwitten voor Nederlandse en Duitse veevoeders, zijn momenteel het belangrijkste. Bos: ‘Wanneer op korte termijn wordt ingezet op de ontwikkeling van deze clusters, kan dit de economie in Noord-Nederland flink versterken.  Bovendien geeft dit een impuls aan de samenwerking tussen de chemische en agrarische sector, een belangrijk element om de Biobased Economy van de grond te krijgen.

Bioraffinagecluster Noord Nederland

Het projectteam adviseert de regio te investeren in een bioraffinagecluster: een fermentatieplant waar fermenteerbare suikers kunnen worden omgezet in chemische bouwstenen en een bioraffinageplant waar overige reststromen, zoals moeilijk omwerkbare suikers (zoals die uit lignocellulose) kunnen worden voorbehandeld en gescheiden. Een aansluiting van deze industrie op het bestaande polymeercluster in Emmen biedt zeer interessante kansen voor afzetmarkten van de fermenteerbare en andere suikers:  hoogwaardige bioplastics. Ook verbindingen tussen de Noord-Nederlandse en Noord-Duitse veevoer- en zuivelindustrie  en het verleiden van bedrijven om, onder meer met steun van de Regionale Investeringssteun Groningen (RIG), te investeren in het bioraffinagecluster, zijn belangrijke stappen om de noordelijke Biobased Economy van de grond te krijgen. Bos: ‘Wanneer een dergelijk cluster zich gaat ontwikkelen, heeft dat vaak een enorme aantrekkingskracht op bedrijven’.

In september vindt een grote bijeenkomst plaats in Noord-Nederland waarbij het rapport gepresenteerd wordt  aan belangrijke stakeholders in de regio. Bos: ‘Het is belangrijk dat bedrijven het plan omarmen en elkaar opzoeken om doelen te kunnen bereiken. Het plan kan alleen slagen als partijen bereid zijn over hun eigen grenzen te kijken.’